Wiegelied

Wiegelied
DOCKDXX00289
Titel `WiegeliedŽ. Inleiding: `Werd gebruikelijk rond de eeuwwisseling, 1900, voorgezongen door Eudoxie Aerts op 3 oktober 1882 en 6 april 1967, als jonge moeder van Hyppoliet De Voogt, de grootmoeder en meter van .... Als grootmoeder van .... zodoende overgenomen voor haar nakomelingen. Liedje:Ž Žt Lopt een katje langs de zee, Žt vangt een vistje met ze teen, vistje al in de panne, goe bier in de kanne. Wittebrood op moeders schoot, koekeloere mijn haantje is dood. Mijn haantje had zeventien jongsjes, `k heb er al voor gezongsjes. Jan de Witten en Jan de Rosten, ze vochten om de kabeljauw, de kabeljauw was van binnen vort. Ze vochten om de springstok, de springstok die krakte, Žt was een man die wakte, Žt was een man die de trommel sloeg, Žt was een man die de vendel droeg, de vendel lopt alleene, ons kindje is zo kleene, ons kindje doe nu dauw....dauw....dauw... en slaapt nu maar algauw.Ž `Opgetekend door Roger De Voogt op 22 oktober 1998 en graag ter beschikking gesteld van mijn broers, zus, hun kinderen en kleinkinderen. Heist aan/zee 22 oktober 1998.Ž De tekst is in de rand geïllustreerd met kleine strand- en zeedieren.
Blad van A4-formaat. Eenzijdig bedrukt. Handschrift in zwarte druk op groen blad. Tekst in de rand omgeven door tekeningen. (21 x 29,5 cm).
Documenten
Kleine Documenten
22/okt/98
Roger De Voogt.
Zolder