>Sincfala Museum van de Zwinstreek
Sincfala,
Museum van de Zwinstreek
HomeTentoonstellingenTentoonstellingen 2007Chronologisch overzicht - 1940 tot 1960 / 2007 - Binnen spelen. Buiten spelen. Géén vervlogen droom!

Spel en spelen
Een maatschappelijk erg relevante vraag was waar de kinderen vroeger en nu speelden en/of spelen.

Een eerste opvallende evolutie is dat kinderen nu betrekkelijk minder buiten spelen dan vroeger. In de stad wordt nog minder buiten gespeeld dan op het platteland.
Het belang van de tuin is wel zichtbaar toegenomen. Dit heeft onder meer te maken met het feit dat men vroeger minder belang hechtte aan de aanleg van een ‘gazon’, zeker in de lagere sociale klassen. Kinderen hadden vroeger ook meer de mogelijkheid om in nabijgelegen bossen of parken te gaan spelen. Doorheen de hele 20e eeuw beschikten stadskinderen minder over een tuin dan de kinderen op het platteland. In 2004 speelt niet minder dan 83% van de kinderen in de tuin.
In tegenstelling tot wat sommigen misschien denken, is het belang van de straat niet bijzonder afgenomen. De perceptie van de verkeersdrukte geeft echter wél een verschil. Veel blijkt af te hangen van het type straat waarin men woont en de leefomgeving waarin het kind van zijn spel kan genieten. Het kind is in enige mate wel van de straat is verdreven, en het kinderspel wordt vaak beperkt tot de tuin.

Het belang van buiten spelen is in het weekend iets groter dan in de week. Buiten spelen neemt duidelijk af met de generaties: generaties tussen 1900 en 1939 speelden nog 5,6/10 keer buiten, terwijl generaties na 1990 nog slechts 4,1/10 maal buiten spelen. De speelfrequentie voor buiten spelen ligt nu veel lager dan voor binnen spelen. Toenemende bebouwing zorgt ook voor verlies aan speelruimte, een belangrijke factor voor de teloorgang van talrijke kinderspelen.

Wat het verschil stad – platteland betreft, hadden kinderen op het platteland vroeger veel meer taken dan nu, en met het vervagen van deze taken zijn ook de verschillen tussen stad en platteland gaan vervagen. De nabijheid (en kennis) van de natuur, maakte dat kinderen op het platteland de natuur veel beter kenden dan stadskinderen.

Het hoge percentage kinderen in de stad verzekerde stadskinderen in het begin van de 20e eeuw dan weer van voldoende speelkameraadjes. Er zijn nu niet alleen minder kinderen, ze gaan nu echter veel vaker naar jeugdverenigingen en sportclubs dan vroeger en de komst van televisie en meer verkeer hebben het samen spelen sterk beïnvloedt. Het onveiligheidgevoel werkt dit nog meer in de hand.

Speelgoed
Het grotere aanbod aan ruimte op het platteland zorgt er mee voor dat speelgoed zoals bouwspeelgoed, Lego, Playmobil, verkleedkledij, knutselgerei, speelgoed voor buiten, fiets, driewieler en step en speelgoed sportmateriaal vaker daar voorkomen dan in de stad.

Tegenover het begin van de 20e eeuw, heeft de auto nu veel straten en pleinen ingepalmd. Kinderen gaan minder te voet naar school (en spelletjes, met en zonder speelgoed, die onderweg naar school werden gespeeld, zijn daar nu teloor gegaan).