KORTERE MEDEDELINGEN - 1.   Knokke :    - Waar heeft Alexander Farneze zijn brug  over het Zwin laten aanleggen?                                 

Br. Gaëtan

Na Chappuys (1), na Strada (2) en na Van der Essen (3), vertelt nu ook Garret Mattingly in  “De Armada” (4)  hoe Alexander Farneze in juli 1587, dwars over de monding van het Zwin, een brug liet aanleggen.

Parma had Brugge bezet en bereidde de beruchte tocht tegen Engeland, een opdracht waarvoor hij nooit veel heeft gevoeld. Daartoe wilde hij eerst Sluis veroveren, dat nog stand hield tegen Spanje. Farneze trok op met drie kolonnes: één naar het fort van Blankenberge en van daar langs de kust tot voorbij Knokke, één recht van Brugge op Sluis, en een derde die hij zelf kommandeerde, draaide ten oosten om Sluis en ging het eiland Kadzand bezetten. Sluis was omsingeld. Leicester kreeg van Elizabet van Engeland de opdracht de bedreigde stad te ontzetten.

Zowel om de beide legers van Knokke en van Kadzand met elkaar te verbinden, als om het Zwin af te sluiten zodat Leicester de stad Sluis niet kon helpen noch bevoorraden, besloot de Prins van Parma een brug over het Zwin te slaan, precies zoals hij te Antwerpen had gedaan op de Schelde.

In dertig sekties werd de brug te Brugge gebouwd: een door zijmuren beschutte gang, gedeeltelijk drijvend op platte schuiten. De stukken vlottende brug werden langs Blankenberge en de zee, naar de Zwinmonding gevoerd en daar aaneengeslagen.

Op 26 juli verscheen in het Zwin een vloot onder de leiding van Leicester en van de jonge Maurits van Nassau. Onenigheid tussen de Engelse en de Hollandse vloothoofden belette hen, met een goed geplande aanval de brug te overmeesteren.

Ten slotte werd onder dekking van hollandse vlieboten, zoals twee jaar te voren bij Antwerpen, een brandboot naar de brug gestuurd om die te vernielen. De brander voer snel met tij en noordwestenwind.

Maar over de brug op het Zwin voerde bevel, de knappe Markies van Renty (5). Hij liet delen van de brug losmaken en op zij trekken. Het brandschip schoof door de opening en de brug werd weer gesloten.

De verkoolde spanten van de brander lagen nog te roken op de oever van de haven, als Arnold van Groenevelt op 5 augustus de stad Sluis aan Alexander Farneze moest overgeven.

Dat vertellen ons de geschiedschrijvers. Maar geen een zegt ons wáár Farneze zijn brug over het Zwin liet leggen. Sedert jaren had ik mij die vraag gesteld: wáár ?  Nu situeer ik de Brug van Parma tussen het Fort Ter Hofstede op Kadzand en het Fort sint Teresa op Knokke.

Vooreerst redeneerde ik zo: Waar zou ik die brug gelegd hebben? Niet te dicht bij Sluis, om niet door een plotse uitval verrast te worden; en wel dáár waar de zandbank het breedste was en de diepere vaargeul het smalst. Frederik Spinola beweerde in 1604 dat de vaargeul bij Ter Hofstede zo smal was, dat de roeiriemen van zijn galeien de oever raakten. Op de stafkaart trok ik daar mijn brug haaks over het Zwin, en die paste juist tussen de twee genoemde forten.

Dan, op de schetsen van de brug bij Antwerpen, vond ik deze wel en wis tussen twee forten: — Sint-Marie en Sint-Filip  -    als bruggenhoofden in de schorreoever. Farneze en zijn ingenieurs zullen zeker tweemaal in twee jaar op dezelfde manier te werk zijn gegaan.

Bij het bekijken van plans en kaarten uit het begin van de 17e eeuw o.a. die van Cl. Visscher (6), begon ik te letten hoe zij meermalen op die plaats een lijn trokken. Bij P. Gustiniano was het zelfs een brug (7). Wel heet één van de steunpunten: Sint-Marc, maar dat is een gedurig gekopieerde fout voor Sint-Teresa. Prins Maurits heeft inderdaad 17 jaar later, toen hij zelf in 1604 de stad Sluis belegerde, de manier van Farneze gevolgd voor wie hij toen had moeten zwichten.

En ten slotte trof mij verleden jaar in het herstelde stadhuis van Sluis een merkwaardige gravure die de belegering van Sluis in 1587 voorstelt. Het is een ets door J. Cortese en ze komt uit Strada’s “De Belo Belgico”, Antwerpen 1648.

Het is wel een erg gefantaseerde voorstelling, maar van belang was voor mij dat aan de twee uiteinden van de hier veel te korte brug van Parma, wel degelijk een fort had gestaan.

Op het einde van de 16e eeuw stonden op de linker oever van het Zwin, in de schorren buitendijks, vier forten op gelijke afstand van elkander (zoals Simon Steven het ten andere ook voorschrijft). Deze zijn: het Klein Kasteel van Sluis of de Kleine Pas, het Fort Sint-Anna, het Fort Sint-Teresa en het grote Fort Sint-Joris of eerste Hazegrasfort (zie schets, genummerd 1,2,3,4).

Voor een brug over het Zwin lag Sint-Annafort te dicht bij Sluis; en alleen rechtover Sint-Teresafort lag op de rechteroever een fort. Dit was op Ter Hofstede, een vierkante redoute met twee bastions (wat de toegang tot de brug kan uitleggen), op de plaats waar nu nog het grote Fort Nassau gelegen is.

Ook Fort St- Teresa had oorspronkelijk maar twee bastions, want in 1622 worden er twee nieuwe bastions aan toegevoegd (8).

Dhr. J. De Langhe heeft de ligging van het Fort Sint -Teresa betwist (9). Er bestaan autentieke geschriften te over die het Teresafort steeds in de parochie Knokke situeren. Het bijzonderste argument dat Dhr, De Langhe gebruikt om het op Westkapelle te plaatsen, is dat het op oude plans ten zuiden van de sluisvliet ligt. Er bestaan andere kaarten genoeg waarop St- Teresa boven de sluisvliet staat, of zoals hij Claes Visscher in 1627 tussen twee vlieten. Misschien verloor Dhr De Langhe uit het oog dat de sluisvliet, die van de Izabellasluis, te noorden van het Sint-Izabellafort en van het Sint-Teresafort naar het Zwin liep, reeds in 1719 “alsnu gheheel verslyckt” was, en dat die vliet in 1784 vervangen werd door een nieuw kanaal, ten zuiden van het Izabellafort, en door de huidige Hazegrassluis.

Hij wil ook het Fort Sint- Teresa heel wat dichter bij de oever van het Zwin leggen. Welnu als we op de as van de brug van Farneze de afstand meten van de meest oostelijke oever van het Zwin naar het midden van het Fort Nassau, en die afstand langs de westzijde brengen vanaf de oever, dan komen we juist aan de voet van de tegenwoordige Nieuwe – Hazegraspolderdijk, voorbij de hofstede van Walter Van de Sompele. Als we daarbij de afstand nemen van de Graaf Jansdijk tot aan het Fort Sint-Anna, dat volgens het getuigenis van Ernest van Nassau in 1604, in de schorre lag op  “une arquebusade” van die dijk, en diezelfde afstand meten vanaf die dijk tot St- Teresa, dan komen we precies op dezelfde plaats terecht.

Op de kaart van Popp, op die van Vander Malen, en ook nog op de oudste Belgische militaire kaart, vinden we op die plaats brede walgrachten waarvan nu nog een restantje te zien is. Dit kan echter ook werk zijn van 1834. Dit punt ligt amper op 20 meter van de plaats waar Jonckheere en Opdedrinck het Sint -Teresafort hebben gesitueerd.

Krijgen die twee uiteindelijk toch gelijk? Dan lag het Fort Sint- Teresa alleszins op het grondgebied van Knokke en dan is de ligging van de Brug van Parma heel juist bepaald. (10)                    

000000000000000000000000000000

Hier hoort dan een “ situatie schets “ van de verschillende forten rond de vaargeul van het zwin,  met zijn “legende” .

Nota ‘s    bij de tekst.

  1. G. Chappuys,  Hist. Gén. de la guerre de Flandre,  Parijs 1623
  2. F. Strada, Hist. de la guerre de Flandre, Brussel 1712
  3. L. Van der Essen, Alexandre Farnèse, Brussel 1935,  IV en V
  4. G. Mattingly  (vertaald, van Kalmthout) , De Armada, Elsevier 1962,         blz. 106—118
  5. Emmanuel de Lalaing, Markies van Renty, Burggraaf van Broekburg, Gouverneur van Henegouwen , Admiraal van Vlaanderen.
  6. Ook in  “Généalogie et Lauriers de tres noble et ancienne Famille des Comtes de Nassau 1615.
  7. Pompeo Giustiniano, Delle Guerra de Fiandra VI, Antwerp 1609
  8. J. Opdedrinck, Knocke Hist. et Souvernirs,  2e uitg, p.133
  9. Opdedrinck p. 132 en Biekorf
  10. Meerdere fotocopies van kaarten van de streek zitten in het archief van de Kring   -    en veel plans in Rijksarch. Brugge,  Fonds Mestdagh.

Waar heeft Alexander Farneze zijn brug over het Zwin laten aanleggen ?

Br. Gaëtan

Rond de poldertorens
1962
03
102-104
Achiel Calus
2023-06-19 14:37:15