Sint-Pieters-op-den-dijk

Germain Vandepitte

Het huidige Brugge-St-Pieters was vroeger een zelfstandige gemeente.    Pas bij het aanleggen van de haven en het graven van het Boudewijnkanaal, werd de gemeente opgenomen door Brugge. (± 1899)

De naam of beter de bepaling “op den Dijk” slaat op de ligging op de Blankenbergse Dijk. Deze dijk kwam van Brugge over de St-Jorisstraat, de Vlamingdam, de St-Pietersgroenestraat en liep zo, juist voorbij de kerk naar Blankenberge toe. (Binnenkort mogen we trouwens het geschiedkundig werk over St-Pieters verwachten, waaraan de Heer Coornaert de laatste hand legt. Een werk dat ik alvast kan aanbevelen, want het is zo veelomvattend, dat het zelfs de hele streek aanbelangt.)

Over de kerk en wat ermee verband houdt is bitter weinig te vinden. Joost mag weten of er meer te vinden is en waar het mag beland zijn. Dit is meteen een vriendelijk verzoek voor een gebeurlijk mededelen aan de redaktie.

Het kerkje zoals het er nu voorkomt, is het resultaat van de grondige verbouwingen in 1845. Boven het kerkportaal in de sluitsteen, staat het jaartal 1786. Deze datum slaat waarschijnlijk op een oudere verbouwing, nauw in verband te brengen met het aanbrengen boven dit portaal van het fronton. In de nis staat een beeldje van Sint Pieter, de patroon van de kerk en de parochie. In 1845 werden de beide beuken bijgebouwd als uitbreiding, plus het koordeel van aan de communiebank. Van het oude gebouw schijnt alleen het torentje oorspronkelijk, plus de onderbouw van de zijmuren tot aan de beuken. Op te merken is, dat het torentje verhoogd werd met het stuk waarin nu de galmgaten zitten. De sacristie en de pastorij dateren eveneens van 1845. Herstellingswerken zijn aan de pastorij hoogstnodig en schijnen binnen kort een aanvang te zullen nemen. Dit maal zonder proces, zoals dit wel het geval was op het einde van 1600.

Ik neem over zoals ik het heb afgeschreven uit: “Liber memorialis ecclesia St Petri “ . (bewaard in de pastorij van St-Pieters).

Procès devant le Conseil de Flandre (1)
Philippe Willaeys, pastor van St Pieters contra hoofdman en notabelen der parochie (1671).

Oorsprong van het proces:

Vroeger jaren hadden hoofdman en notabelen de gewoonte zich te belasten met de herstellingswerken der pastorij. Eene ordonnantie van het Vrije verbood dit. Het Vrije zoude zich met de reparatien willen belasten. De notabelen daarop steunende weigerden in de herstellingskosten tusschen te komen, waaruit een proces van welke de heer pastor zeer te lijden heeft.

Aangebrachte stuks vanwege den pastor:

a. Eene attestatie gemaakt door deskundigen waarin de ellendige staat van het pastoreel huis beschreven is: de pastorie is zoo slecht dat ze gevaar loopt in te vallen bij tempeest of onweder... de pastor is verplicht geweest zijne bibliotheek te salveren (2) en eene kamer te huren binnen Brugge. De keuken is met stroo gedekt, de fundamenten zijn in leem, in de kelder is het pavement zoo los en slecht dat aldaar veel vuiligheid, aketessen (3), slekken en andere indringen. De ingang der pastorie slecht gepaveerd donker en zonder vensters. In huis geen citerne of regenbak maar in den hof een stinkenden poel met weinig water vol akedissen puiden en padden. In het huis een citerne (4) zonder water zoo dat de pastor willende water hebben voor zijn eigen of voor de dienst Gods het moet zoeken wijds en zijds. - 1 oct. 1669 .

b. Parochiale rekeningen gepresenteerd aan den Burgemeester ‘slands van den Vrijen rustende ter greffie van den voorzeiden lande waarin men kan zien dat de notabele zich vroeger altijd met de reparatien belast hebben. In eene dier rekeningen ziet men dat de pastorie gezet is in 1628.

Aangebrachte stuks door de verweerders:

a. Twee gedrukte ordonnantien van de wet van den Vrijen over den ontvang administratie enz. der temporeele goederen der kerke enz. 1663 waarop zij steunen om te weigeren.

b. Eene sententie (5) van het hof van 4 oct. 1666 in een gelijk geval dat zich heeft voorgedaan te Mannekenvere en bij hetwelke de eischers gedebouteerd geweest zijn in hunne presentie en gecondemneert tot de kosten.

Tot zover dit uittreksel uit de liber memorialis

-------------000--------------

Het interieur van het kerkje

Het interieur van het kerkje is wel stemmig. Het tongewelf boven de middenbeuk is een vals gewelf. De booggewelven van de zijbeuken, schijnen echt. Sierlijk uitgebalanceerd zijn de pilaren. Een ganse reeks heiligen-beelden die wel mooi kunnen genoemd worden, sieren de kerk. Opvallend zijn de prachtige ornamenten, zoals de kandelaars op de altaren. Verschillende beelden dateren uit 1873 en werden aan de kerk geschonken door “eenige bizonderen” uit de parochie.

Een prachtige buste van Sint Pieter is een gift van de familie Rapaert de Grass. Het wapen van deze familie komt er op voor, evenals het jaartal 1845. Van dezelfde familie zijn nog talrijke sieraden en gewaden.

De eiken gebeeldhouwde communiebank is een gift van de familie Stragier-Nijsen; zoals ook de zilveren krans van O.L. Vrouw en vele kandelaars door hen geschonken zijn. Van de familie Serweytens de Mercx komen de schilderijen van O.L. Vrouwhemelvaart, de H. Petrus en van de H. Paulus. Vervolgens nog een werk dat men betildelde als “de Aanbidders” en dat voorstelt Kristus op Golgotha met verscheidene biddende figuren. Zijn de drie eerste werken op bestelling geschilderd, het laatstgenoemde is veel ouder, op hout geschilderd en niet van een naam voorzien.

Het madonna-schilderij erboven is een werk dat de kerkfabriek geloot heeft als prijs “op een bizondere tentoonstelling te Antwerpen”. Het is getekend Fçois Voordecker 1848. Boven het O.L. Vrouwaltaar hangt een kruisafneming door Van Oost 1640. Boven het andere zijaltaar, een onbekend werk dat hoogstwaarschijnlijk van dezelfde meester is: Christus overhandigt de sleutels aan Petrus.

Eveneens een gift van de familie Serweytens de Mercx is het witmarmeren tabernakel met de verguld koperen deuren (1893). Andere schenkers van gewaden en ornamenten waren de faniilies Van Thieghem, de Droeser de Ruysscher, Vincke-Dujardin en Knockaert.

De inhoud en de versiering van de doopkapel zijn een schenking van de familie Le Gillon-Vande Wiele. Dient vermeld, de marmeren doopvont op marmeren sokkel en dito vloer. Het familiewapen van Le Gillon, twee rug aan rug staande klimmende leeuwen, komt voor op het prachtige koperen sluitstuk of koepel van de doopvont. Het is een werk uit het atelier van :   “J. Dehin et Frères, à Liège”. De muurschilderijen behoorden ook tot de schenking. Een ingemetselde marmeren plaat is in de kapel aangebracht boven hun grafkelder onder de kapel. De ingang van deze kelder wordt buiten aan de kapelmuur aangeduid door een blauwstenen sluitstuk met de tekst: “ingang grafkelder Le Gillon”.

Over het orgel, gewaardeerd door de kenners, weten we maar weinig. In het orgel zit een pijp met opschrift: “J. Andries 17..;” en verder: “reconstruit par Pierre van Peteghem, facteur d’orgues le 15 Xbre 1836”.

Het verdwijnen van de kansel moet zeker niet worden betreurd; het was immers een storend element in het decor, en van gener kunstwaarde.

Een gedenksteen van een fundatie van twee jaarlijkse diensten met brood-uitdeling aan de armen van de parochie, door de Croeser de Berghe en zijn dame Anna Charlotte de Carmin et Staden, is ingemetseld in de noorder-beuk, oostelijke muur boven. Achteraan in de kerk de witmarmeren grafsteen van de familie Petrus de Wree, gezeid Veranneman.

In de kerk tenslotte bevindt zich nog een plaat met volgende tekst:        “De kerk herbouwd onder de bestiering van Jonkheer A. de Crombrugge, Burgemeester en d’Heer C. Van Belle, Pastor. 1845”. Deze plaat steekt juist achter het beeldje van het Kindeke Jezus van Praag, een gift van de familie Vincke-Dujardin. De Kruisweg, gebakken en geschilderd, is een geschenk van Serweytens de Mercx. Al de beelden in de kerk, ook deze kruisweg, zijn in een eendrig kreemkleurig kleedje geschilderd.

Resten ons nog de twee klokjes.

1°  “Ik ben gegoten tot meerder eere en glorie gods voor de kerk van St Pieters op den dijk door de giften van de parochianen en de zorge van Mr. J. B. Victoor, pastoor. mynen naam is Petrus mynen peter is den edelen heer a de crombrugge-de wever burgmr myne meter anne marie van laeke echtgt van jacobus monballiu anno 1835. 240 kgr. h 70 diam 66. “

2°  “Ik ben gegoten tot meerder eer en glorie gods voor de kerke van St Pieters op den dijk door de giften van de parochianen en de zorge van J. B. Victoor, pastoor. mynen naam is paulus. mynen peter is F Stragier van huele. metr wevr T. De Wever-de Crombrugge anno 1835. 280 kgr h 65 diam 70”.

--------------0000-------------

Hier past zeker nog een woordje van dank aan Z.E.H. G. De Muynck, de tegenwoordige pastoor te St-Pieters voor zijn bereidwilligheid en zijn medewerking. Jammer genoeg rest ook hem niet veel meer; maar voor wat we kregen zijn we zeer dankbaar.

________________________________________________

Noten:

  1. Procès devant le Conseil de Flandre: Arch. de l'Etat de Gand, sèrie H nr. 40. Communiqué par Mr. Coppieters-Stockhove.
  2. Salveren: sauveren = redden.
  3. Aketessen: volgens De Bo, Hagedissen. Toch schijnt de pastoor hier een onderscheid te maken tussen Aketessen en Agedissen. Bedoelde hij met deze laatste watersalamanders?
  4. Citerne: de eerste keer is citerne de regenput, de tweede keer de Waterput voor kwelmwater.
  5. Sententie: een oordeel, een uitspraak voor het gerecht.

-------------------------00000-----------------------------

Sint-Pieters-Op-Den-Dijk

Germain Vandepitte

Rond de poldertorens
1968
04
125-128
Achiel Calus
2023-06-19 14:38:19