Mededelingen
1. Begin van  het  Vrij  Onderwijs  te  Lissewege

Naar aanleiding van de wet van 23/09/1842 moest iedere gemeente zijn openbare lagere school hebben; doch daartoe mocht een vrije school aangenomen worden. Deze wet schreef voor dat het godsdienstonderwijs verplichtend was, uitgezonderd voor hen die een ander geloof beleden. Meteen was één der oorzaken, zoniet de voornaamste, vastgelegd die aanleiding gaf tot de verwoede schoolstrijd.

In 1844, het ligt er vingerdik op dat het als gevolg was van voornoemde wet, was er te Lissewege een meisjesschool opgericht, gehouden door Constantia Verhulst onder toezicht en direktie van E. H. Pastoor. Naderhand werd deze meisjesschool gelijkgesteld. met de jongensschool inzake vergoedingen en benoemingen van leerkrachten. Hier wil ik verwijzen naar het artikel  "Over het Onderwijs te Lissewege"  in  “Rond de Poldertorens”  7e jaargang, nr. 3.

Toen in 1879 onder het ministerie Frère Orban godsdienst als verplichtend vak werd geschrapt in de openbare scholen, werden bijna overal vrije scholen opgericht om die wet te omzeilen. Onder het ministerie Malou-Woeste in 1884 werd de wet van 1879 herzien en de vrije scholen mochten aangenomen worden en gesubsidieerd. Het godsdienstonderricht kwam terug op het programma zonder evenwel verplichtend te zijn.

Ook in Lissewege kwam er deze wijze een Vrije School. Hier volgt het verhaal over de eerste tijden van het bestaan van deze school, met de belevenissen der Zusters. Het werd mij ter hand gesteld door dhr. Johan Ballegeer, als aanvulling op mijn artikel over het onderwijs te Lissewege.

Germain Vandepitte

 ------------------0000000000--------------------

Op 06/09/1880 kwamen te Lissewege toe als onderwijzeressen in de nieuw ingerichte katholieke school, twee Zusters: Gertrude en Lucia, door toedoen van pastoor Van Steenlant. Het klooster van Ruddervoorde had ze gestuurd op aanvraag van de toenamlige bisschop Mgr. Faict.

Klooster en school waren nog niet opgebouwd. Daarom moesten de twee Zusters logeren op een hofstedeken van de weduwe Blomme en daar ook les geven aan hun 57 meisjes; de koster Rufin Suys wilde zich kosteloos gelasten met het onderwijs van 15 grotere jongens.

Omwille van de politiek werd er een heftige schoolstrijd ontketend. Lissewege werd door de buitenstaanders "het Geuzennest van het Noorden" genoemd. Er werd druk uitgeoefend op alle manieren om de kinderen van de zusterschool weg te halen. In ‘t jaar 1882 moesten de Zusters 16 arme kinderen een fatsoenlijke kledij bezorgen voor hun Eerste Communie.

Niettegenstaande alle tegenwerking, geweld en onrechtvaardigheid groeide het aantal leerlingen dapper aan, zodanig dat de Zusters in de badsteden moesten gaan bedelen bij de seizoengasten om te kunnen kledingstukken en voedsel bezorgen en een kleine prijsuitdeling te kunnen organizeren. Dat bedelen was geen aangenaam werkje voorwaar, maar God zegende hun pogingen.

De geuzen scholden de Zusters uit en zegden: "We hebben hier vroeger ook nog nonnen gehad maar......we hebben er in zes maanden tijd  mee gedaan gemaakt...... Met deze twee zal ‘t ook zo verlopen”.  Ze kwamen bedrogen uit! (1)

Na enige weken konden de Zusters een bovenkamer betrekken in eigen huis, hetgeen ze zo verlangd hadden. Want al werden de Zusters welgedaan bij de weduwe Blomme, die gemoedelijk “Treze Moeie” werd genoemd, toch was het een offer geweest te moeten aanzitten naast de borstelleurders, voddenventers en anderen, die allen welkom waren bij Treze Moeie!   En ze waren daar altijd juist rond de middag om aan een kosteloos maal te geraken.

Meubels hadden de Zusters niet op hun bovenkamertje; 't was immers een tijd van bittere armoede. Een oud versleten kacheltje, afkomstig van de zolder van de onderpastoor, deed wat dienst voor ‘t bereiden van eetmalen. Bij gebrek aan ledikanten, sliepen de Zusters "paillasse pan terre" en ze droogden bij ‘t armoedig vuurtje de vochtige dekens en lakens, die elke dag even nat waren door het verse plaksel op de muren. Op een dag viel het brandende kacheltje omver terwijl er twee verkleumde kleinen bij zaten om zich te warmen, daar er in de grote klas geen vuur was. Alles in hun huisje was even armoedig: geen gordijnen, geen wasgerief, geen drinkwater. Voor alles moesten ze bij welwillende buren terecht. Zelfs de deuren hadden geen sloten en ze moesten beveiligd worden met een balk.

Allengs echter kwam er verbetering: vloeren, gebruik van benedenplaatsen, een tafel, stoelen en wat keukengerief. Ook de klassen verbeterden stilaan. Daar het getal leerlingen gedurig aangroeide, werden vier klaslokalen klaargemaakt. Eén voor de jongens, één voor de kleuters en twee voor de meisjes. De speelplaats werd door een muur omringd en in twee gescheiden, voor jongens en meisjes.

Dan volgde de inwijding door de E. H. Deken: en te dezer gelegenheid had het eerste schoolfeestje plaats waarop de heren inspekteurs waren uitgenodigd. Het werd een meevaller over de ganse lijn! Kort daarop had Lissewege zijn eerste schoolconferentie,  dIe uiterst goed veriiep.

Maar de strijd was nog niet geluwd; het duurde zelfs hardnekkig verder. Om een staaltje te geven: rond middernacht kwamen de geuzen de Zusters verschrikken, ruiten inslaan en een hels gedruis houden en andere baldadigheden uithalen, zodat het gerecht van Brugge moest tussenkomen. Dan bleef het een tijdje bedaard, totdat een helleveeg van een vrouw omgekocht werd om de Zusters af te ranselen en deerlijk toe te takelen. Haar ophitsters stonden dit toneel met welbehagen gade te slaan. De Zusters moesten een huis binnenvluchten en de deuren sluiten. Ja zelfs de veldwachter vreesde dat opgezweepte volk. Politiemannen hebben de Zusters naar hun klooster moeten terugleiden. Maar de school bloeide meer en meer.

Toen waren er zeer vele armen onder het volk en om de kinderen te kunnen behouden, moesten de Zusters veel kunnen geven. Vandaag vroegen de mensen meel, morgen aardappelen, enz. Waar moesten de Zusters dat halen? Ze waren zelf straatarm; ze moesten de kinderen gratis onderwijzen want de school werd niet gesubsidieerd. Pastoor Steenlant had op eigen kosten de school doen bouwen en ze voorzien van het nodige; maar hij was benoemd geworden te Anzegem. Zijn opvolger, E.H. Leerseman was rijk aan talenten en verstand maar arm aan geld. Weerom werd tot bedelen een toevlucht genomen. Vooral de eerzame familie van Outryve d'Ydewalle, Senator van Ockerhout, de edele familie van Caloen de Goury telden hier bij de weldoeners en verdienen een dankbaar aandenken. De school was gebouwd op gronden van baron van Caloen en deze heer bleef de bloei met veel belangstelling volgen.

De rijkste boeren van Lissewege betaalden nu één frank maandgeld voor hun kinderen, maar de kleine boerkens betaalden niets, ze eisten soms nog een kledingstuk voor hun kinderen op de prijsuitdeling.

De strijd om de leerlingen duurde voort: koster Suys werd onbevoegd bevonden voor het onderwijs van de grote jongens en Zuster Gertrude moest dit werkje overnemen. Op sommige dagen had ze er 70 in haar klas en nog moest de opziener getuigen dat ze verder gevorderd waren dan die van de gemeenteschool. Pastoor Meerseman die 22 jaar de onderwijzers had opgeleid in de normaalschool van Torhout, trok zich de bloei van de school erg aan en was voor het onderwijs te Lissewege een gewaardeerde steun.

Zuster Gertrude die nog een beetje dichterlijk was aangelegd, maakte over haar lotgevallen bij de stichting der school, ter gelegenheid van een feest, haar eigen lied:

Ons huis was daar niet
gereed van in ‘t begin,
daarom woonden we eerst
te Treze Moeiens in.
We hadden het, ‘t is waar
daar niet te kwaad
maar elke dag een nieuwe
leurder als tafeikameraad.

Eindelijk geraakten we toch
in ons nieuwe huis,
maar ‘t was er primitief en
het zat er niet te pluis.
We hadden niet één deur en
‘t was bitter koud;
we sliepen op de grond: we
waren nog niet oud.

Weet ge nog, mijn medestichteres
wat we kregen alsdan?
Een oud versleten kachel, een
rood "verlotte" pan.
Weet ge nog hoe ‘t eens ommeviel
geheel ons brandend kraam.
Hoe ge riept "moord en brand"
tot blussen onbekwaam?

Weet ge nog hoe het dan
met onze voordeur stond?
hoe elkendeen het hoorde
tot verre in het rond
toen we met een stuk balk
uit al onze macht
de deur toestoten moesten
met volle vrouwenkracht.

Maar als we gingen slapen
moesten we eerst van al
de dekking hangen drogen:
vochtig overal.
Terwijl ze naast ons kacheltje
te drogen hing,
deden w’ons gebed, dat half
al slapen ging.

Al wat de geuzen deden
dat deed ons geen pijn;
we werden het gewoon van
zo behandeld te zijn.
Ons pastoor was tevree en ons
Heer God was ‘t ook.
En al ‘t verdriet en lijden
dreven verre als een rook.

 

We zijn in ‘t jaar 1887. Pastoor Meerseman wordt vervangen door E. H. Deleu (die bleef tot 1896). Een van de twee stichteressen wordt naar Ruddervoorde teruggeroepen om aldaar te onderwijzen. In haar plaats kwam Zuster Godelieve. In 1895 was de school reeds een aangenomen school, die door een beslissing van de gemeenteraad nog de meisjes van het officieel onderwijs er bij kreeg. In 1884 immers had de liberale burgemeester G. Bossier, die bestuurde van 1854 tot 1884, de vlag moeten strijken voor F. Dhaeninck.

De kinderen kwamen gedurende de 4 wintermaanden tot aan hun 19 jaar naar school. In de zomer moesten ze vanaf hun 12 jaar op het veld arbeiden.

Van 1895 tot 1914 staat niets opgetekend. Dan kwam de oorlog. De Zusters hebben 14 maanden onderricht gegeven in een hangar op 20 minuten van ‘t klooster. De schoollokalen werden gebruikt voor inkwartiering van Duitse soldaten. Door veel aandringen bij de bezettende overheid, hebben de Zusters de lokalen vrij gekregen, om er nu en dan voor enkele dagen weer uitgeborsteld te worden voor voorbijtrekkende troepen. Twee lokalen van de zustersschool moesten afgestaan worden aan de jongens van de gemeenteschool die al twee jaar op straat liepen. Na zes maanden zocht de gemeenteschool plaats bij burgers en de aangenomen meisjesschool kon dan ongehinderd weer haar weg van bloei opgaan.

________________________________________________________

Achtereenvolgende oversten:

  • 1880-1936         Zuster Gertrude (Maria Verduyn)
  • 1936-1943         Zuster Helène (Van Kerschaever)
  • 1943-1962         Zuster Brigitte (Verduyn)
  • 1962-                Zuster Martina

Johan Ballegeer

------------------0000000000000------------------

Mededelingen - 1. Begin van het Vrij Onderwijs te Lissewege

Germain Vandepitte

Rond de poldertorens
1968
04
152-155
Achiel Calus
2023-06-19 14:38:19