Mededelingen
6. Werkloosheid en Vlasteelt te Lissewege in 1832

Germain Vandepitte

In 1832 werd in de Gemeenteraad en in het Armbestuur een circulaire besproken die ze ontvangen hadden van de hogere Overheden. Daarin werden, te oordelen naar het antwoord, aanbevelingen gedaan voor het uitbreiden van de vlasteelt, met het doel werk te verschaffen en tegelijker tijd de onkosten voor steunverlening drastisch te beperken.

“ 27/11/1852: De Gemeenteraad en het Armbestuur van Lisseweghe.

Gezien  de circulaire van  Mr. de Districtscommissaris van den  12/10  ll. ,  nr. 562. “

“ Naer al hetgeene in gemelde circulaire vermeld rijpelijk en nauwkeuriglijk overwogen en al het voordeelige hetwelke uyt al de voorgestelde maatregels zouden kunnen voortspruyten in aandacht genomen te hebben is algemeen van oordeel dat voor wat betreft SPINNEN van garen en WEVEN van linwaet, alhier onmogelijk zal konnen ingevoerd worden uyt hoofde dat het aankweken van VLAS in de noordelijke gemeenten door den aard der gronden moeylijk is, terwijl dit door de landbouwers reeds sedert differente jaeren is beproefd en dat eigenlijk er komt vanaf wijken doordien het zelden van een goed gewas zijnde geen voordeelige product voorsbrenge. “

“ Dat van den anderen kant doordien den handel van vlas alhier geen gebruik zijnde het onmogelijk zal wezen het spinnen van gaeren en weven van linwaet aen de aerme of geringe volksklasse in gebruik te brengen, dewijl alle middelen tot dien reeds sedert veele jaeren hier en andere omliggende gemeenten vrugteloos zijn beproefd geworden. “

“ Dat verders voor wat betreft de bedeeling en het instellen van alle mogelijke middelen van gespaerzaemheid zijn beide besturen eens om de maandelijkse bedeeling die aen den aerme wordt uytgereikt op bepaalde daegen vast te stellen en de bedeelde aerme al in de teghenwoordigheid van den Burgemeester en assesoren voor hen te doen verschijnen om naer alle inlichtingen nopens hunne gestaetheid genomen te hebben, de middelen gebruiken om zooveel mogelijk bezuiniging van uitdeeling te bekomen.”

Zulke aanbevelingen van de Overheid zullen meer dan eens gedaan geweest zijn; en ze waren tenslotte niet gans nutteloos. In de rubriek “Onvoorziene rampen” voor het jaar 1839, lezen wij: een ovenkot en zwingelkot toebehorende aan Philip Vandepitte en Leopoldus Devos, werklieden, in het afgelopen jaar afgebrand. Een vergoeding voor brandschade werd hen door de Staat uitbetaald.

En op 10/4/1854 vinden we dat het Armbestuur alle middelen heeft aangewend om de noodlijdenden te helpen. Nochtans, daar veel vlas en goed vlas gezaaid was en er weinig verkocht was te velde, hebben de boeren het zelf moeten opdoen en laten zwingelen deze winter, zodat er velen gans de winter hun werk hebben gehad. Ook het uitgraven van de vaart (Zelzatevaart) heeft velen grote lonen bezorgd, zodat de armenkas er genadelijk is vanaf gekomen.

 ------------0000    0000000    0000------------

Mededelingen: 6. Werkloosheid en vlasteelt te Lissewege in 1832

Germain Vandepitte

Rond de poldertorens
1969
04
149-150
Achiel Calus
2023-06-19 14:38:19