>Sincfala Museum van de Zwinstreek
Sincfala,
Museum van de Zwinstreek
HomeOpen Monumentendag - 2011 - Uurrooster treintjesVerslag van de lezing “Napoleon in Zeeuws en Noord-West-Vlaanderen”

 

Verslag van de lezing “Napoleon in Zeeuws en Noord-West-Vlaanderen” door Arco Willeboordse

lezing-napoleon-1Op zondag 27 maart 2011 waren er 36 belangstellenden aanwezig in Museum Sincfala te Heist voor de lezing “Napoleon in Zeeuws en Noord-West-Vlaanderen”. Secretaris Fons Theerens zorgde voor het welkomstwoord en leidde de spreker, Arco Willeboordse, in. Arco Willeboordse is conservator van het Archeologisch Museum te Aardenburg en ook lid van onze kring.

Het eerste deel van de lezing ging over het leven en de carrière van Napoleon en zijn beleid. Aan de historische persoon Napoleon werden verschillende legenden en mythen gekoppeld. Hij is ook nu nog altijd populair, wat te merken valt aan de vele boeken die jaarlijks over hem verschijnen en zijn opduiken in een schaakspel, films, reclame, spelletjes en games. Zijn graf in de Dôme des Invalides in Parijs wordt nog veelvuldig bezocht en zijn naam werd gegeven aan drank en snoepjes.
Een recent boek dat een goed beeld geeft van Napoleon en door de spreker werd aanbevolen is “De Kleine Keizer” van Martin Bril.

Napoleon_7Napoleon Bonaparte werd geboren op 15 augustus 1769 in Ajaccio (Corsica). Zijn ouders waren niet arm zoals vaak beweerd werd, maar kenden voor die tijd een gematigde rijkdom. Hij volgde een opleiding tot militair en was zeer goed in wiskunde en organisatie. Omdat hij echter niet van adel was kon hij eerst geen officier worden, maar dankzij het uitbreken van de Franse Revolutie kreeg hij die mogelijkheid wel. In 1789 werd hij luitenant en zeer snel maakte hij opgang in het leger (waar talent nu belangrijker was dan afkomst) om in 1793 generaal te worden. Wat ook een rol speelde was de trouw van Napoleon aan de revolutionaire regering en het breken van het beleg van Toulon in 1793. In 1795 brak er in Parijs een opstand uit tegen de regering, maar deze opstand werd door Napoleon neergeslagen, waarbij hij met kanonnen liet schieten op het volk. In 1796 leidde hij een veldtocht in Italië en in 1798 - 1799 volgde een veldtocht in Egypte. Terug in Frankrijk pleegde Napoleon in december 1799 een staatsgreep en werd Eerste Consul. In 1804 maakte hij komaf met de 2 andere consuls en kroonde zich tot keizer, wat hij bleef tot aan zijn verbanning naar het eiland Sint-Helena in 1815.

Napoleon voerde oorlogen tegen Engeland, Oostenrijk, Pruisen en Rusland. Tot ongeveer 1808 behaalde hij overwinningen, maar in 1809 - 1812 raakte hij vast in Spanje en in 1812 - 1813 in Rusland met daarbij het verlies van een leger, macht en prestige. In 1814 werd hij verslagen bij Leipzig. Hij deed toen troonsafstand en werd verbannen naar Elba, waarbij hij zijn titel van keizer mocht behouden. In 1815 ontsnapte hij en landde op de kust in het zuiden van Frankrijk. Op korte tijd bracht hij weer een enorm leger op de been en trok naar Brussel. In juni 1815 werd hij verslagen in Waterloo. Deze nederlaag was wel op het nippertje. Eén van de belangrijkste oorzaken van de nederlaag was de overvloedige regen de dag ervoor met gevolgen voor de mobiliteit van de Franse troepen. Napoleon was op de dag van de slag ook wat ziek en in minder goede doen. Door de Engelsen werd Wellington als de grote overwinnaar afgeschilderd, maar de rol van de Duitser Blücher was minstens even zo belangrijk (zo niet nog belangrijker) dan die van Wellington. Napoleon werd dan verbannen naar Sint-Helena, waar hij in 1821 overleed op 52-jarige leeftijd.

lezing-napoleon-3

 

Napoleon zorgde voor vernieuwingen, ook voor ons gebied. Hij hervormde het gerecht (de Code Napoleon) en gaf voorrang aan het algemeen belang in plaats van het belang van bepaalde (adellijke) groepen, waardoor hij dus het principe van de Franse Revolutie verder zette. Hij was eerst democratisch begonnen maar evolueerde naar een autoritair regeringsbestel. Een vernieuwing voor onze streek was de bestuurlijke indeling in departementen. Zeeuws-Vlaanderen behoorde tot het departement van de Schelde met het arrondissement Eeklo en West-Vlaanderen tot dit van de Leie met het arrondissement Brugge. Andere vernieuwingen waren het invoeren van de burgerlijke stand, het invoeren van een eenheid in maatsystemen (bvb. de kilo), de reorganisatie van het onderwijs en van de maatschappelijke zorg, de vrijheid van arbeid met de afschaffing van de gilden (voordien moest men lid zijn van een gilde, wat veel geld kostte, om te mogen werken) en de vrijheid van godsdienst.

Napoleon was ook een promotor van de economie, o.a. door de mobiliteit te verbeteren. Hij liet o.a. wegen aanleggen. Een voorbeeld hiervan is de steenweg Maldegem - Breskens. De aanleg van het kanaal Brugge - Sluis was in de eerste plaats bedoeld voor troepentransport. Doordat Engeland het overwicht had op zee, kon Napoleon zijn troepen niet via de kust transporteren. Vandaar zijn idee van een kanaal parallel aan de kust waarbij zijn soldaten niet konden beschoten worden door de Engelse vloot. Uiteraard zou het kanaal ook dienen voor het transport van goederen ten voordele van de handel en de economie. Het kanaal werd gegraven door Spaanse krijgsgevangenen maar werd echter niet voltooid door Napoleon. Het werd later doorgetrokken door Willem I, maar niet naar Breskens, zoals het oorspronkelijk de bedoeling was.

Vestingbouw in onze streken was iets waarvoor Napoleon veel aandacht had. In 1809, toen Napoleon in Oostenrijk was, vond er een Engelse invasie plaats in Zeeland om zo Antwerpen te veroveren. In Antwerpen lag de Franse vloot en de Engelsen wilde deze onschadelijk maken. Nadat de Engelsen geland waren op Walcheren trokken ze naar Zuid-Beveland, namen Vlissingen in en waren bijna in Antwerpen. Uiteindelijk mislukte de invasie, vooral door de laksheid van de Britse bevelhebber die veel te traag beslissingen nam. De Engelsen kregen ook veel last van de Zeeuwse koorts (malaria). Tot de helft van het leger werd er door aangetast, terwijl de inheemsen hier immuun tegen waren. Napoleon was woedend over deze invasie en er moest vestingbouw komen om de streek te verdedigen, o.a. bij Breskens (een strategisch punt aan de monding van de Schelde) met het fort Imperial en het fort Napoleon. Van het eerste fort zijn de contouren nog terug te vinden. Nu is er een camping op die plaats. Er kwamen ook plannen om een enorme oorlogshaven (voor 60.000 bewoners) te maken in Terneuzen. Deze plannen werden echter nooit gerealiseerd. Alleen de batterij Marguérite is er gekomen. Op Liefkenshoek was er reeds een fort uit de Spaanse tijd dat door Napoleon werd gemoderniseerd en tenslotte liet hij ook nog in Oostende het fort Napoleon bouwen. Dit laatste werd enkele jaren geleden gerestaureerd en kan nu bezocht worden.

lezing-napoleon-2Het tweede deel van de lezing ging over de bezoeken die Napoleon aan onze streek bracht. Hij is vijf keer in het noorden van Vlaanderen geweest. In februari 1798 bracht hij een eerste bezoek als generaal, waarbij hij van Boulogne naar Calais, Veurne, Nieuwpoort, Oostende, Gent, Antwerpen en Brussel reisde. Oostende en Antwerpen zijn steden waar Napoleon veel naar toe is geweest.

In juli 1803 trok hij als Eerste Consul naar Oostende, Brugge, Vlissingen (inspecties van de verdedigingsgordel aldaar), via Maldegem naar Sluis, Breskens en terug naar Brugge. Van Maldegem naar Breskens zou hij door 300 boerenzonen op paarden zijn geëscorteerd. Er zijn over de bezoeken van Napoleon heel wat verhalen ontstaan die waarschijnlijk niet allemaal waar zijn. Nadien ging de reis verder naar Antwerpen, Gent, terug naar Antwerpen en vervolgens naar Brussel.
De routes van de reizen van Napoleon konden gereconstrueerd worden uit zijn brieven. Van Napoleon zijn er 24.000 brieven bewaard gebleven.

In augustus 1804, net vóór hij keizer werd (december 1804), kwam Napoleon naar Boulogne, Oostende en Pont de Bricques (in de buurt van Calais).

Het volgende bezoek aan onze streek vond plaats in mei 1810. Van 1 tot 6 mei bleef hij in Antwerpen om de vlootwerken daar te bekijken. Dan trok hij vervolgens naar Breda, Zuid-Beveland, IJzendijke, Damme, Brugge, Oostende en Rijsel. Over deze reis ontstond de volgende anekdote. Toen hij in Brugge was, trok hij ’s morgens vroeg even naar Sluis om de stadswallen te inspecteren. Daar kwam hij terecht tussen een groepje kinderen die aan het knikkeren waren op de wallen en werd hij uitgescholden door een jongetje dat hem niet kende, omdat hun knikkerspel werd verstoord. Gelukkig voor het kereltje kende Napoleon geen Nederlands.

lezing-napoleon-4In september 1811 reisde Napoleon voor de laatste keer naar onze streek. Hij bezocht toen Oostende, Blankenberge, het Hazegras (bij het Zwin), Cadzand, Breskens, Vlissingen, Walcheren, Terneuzen en Antwerpen. Ook over deze reis bestaan er verhalen. Napoleon werd het Zwin overgezet door veerman Hennefreund. Midden het zwin vroeg Napoleon aan de veerman hoe lang de overtocht nog zou duren en controleerde dit met zijn horloge. De tijd die de veerman had gezegd bleek exact te kloppen en Napoleon zegde de schipper een jaarlijks pensioen van 100 gouden Napoleons (de toen gangbare munt) toe. Er is een document dat dit verhaal bewijst en Hennefreund werd tot in 1815 effectief betaald. Aangekomen op de andere oever van het Zwin, werd er een kampvuur aangelegd zodat Napoleon zich kon opwarmen, waarna hij met een paard snel naar Breskens reed om vandaar met het oorlogsschip “Charlemagne” overgezet te worden naar Vlissingen. De overtocht en de het aanmeren liepen vertraging op door het slechte weer en Napoleon moest 2 dagen op het schip blijven. Eindelijk had hij toen de gelegenheid om eens wat slaap in te halen, zo schreef hij in één van zijn brieven hierover.

Arco Willeboordse besloot zijn lezing met de melding dat de tentoonstelling over Napoleon in het Museum Het Bolwerk te IJzendijke dit jaar verlengd wordt en met een nieuw deel wordt aangevuld.

Voorzitter Eric Huys bedankte tenslotte de spreker voor de zeer interessante en boeiende lezing en nodigde de aanwezigen uit om een drankje te nuttigen, aangeboden door de kring.

Maart 2011
Marc De Meester
Foto’s: Etienne Decaluwé