De eerste Belgische vakantiekolonies zagen het daglicht vanuit particulier liberaal initiatief met als voorbeeld de agrarische kolonies in Frankrijk en de Engelse zeehospitalen. De Brusselse burgemeester Karel Buls was medeoprichter van de Ligue de l’Enseignement (Onderrichtsbond), gegroeid vanuit de progressieve kringen van de Brusselse vrijmetselarij. Onderwijs was voor de Ligue de oplossing voor de sociale problematiek. Ze streefde naar een volledig neutraal, openbaar en verplicht lager onderwijs.

Het was de zomer van 1886. Dertig arme en zwakke jongens uit een Brusselse stadsschool vertrokken naar de bossen van Kortenaken, in het Hageland. In de plaatselijke herberg sliepen ze op strozakken. De plaatselijke rivier de Velpe was hun badkamer. Het liberale Brusselse gemeenteraadslid dokter Florimond Kops had hiervoor subsidies van het Brusselse stadsbestuur gekregen.

De voornaamste inkomstenbron was publieke liefdadigheid: giften, feesten, tombola’s en collectes. In het kader van de Schoolstrijd werden de liberale verenigingen Association des Marçunvins (21 maart 1875, mars-un-vingt) en de Cercle Le Progrès (29 september 1879) opgericht. Het geld was aanvankelijk voor het uitdelen van soep en kledij en om kinderen naar de openbare scholen te lokken. Brusselse kinderen konden jaarlijks tijdens de zomervakantie op vakantie naar zee. Dit gebeurde voor het eerst in 1887, in een schooltje in Nieuwpoort-Bad.

De liberale liefdadigheidsorganisaties waren voorstanders van de collectieve vakantiekolonie en kwamen daardoor in aanvaring met het neutrale Œuvre du Grand Air pour les Petits, dat kinderen in plattelandsgezinnen plaatste. In 1898 organiseerde de Antwerpse Hulpkas voor arme zwakke kinderen uit katholieke scholen de eerste katholieke vakantiekolonie.

Dokter Léon Neelemans was in 1899 de initiatiefnemer van de schoolkolonie van het openbaar onderwijs van Brugge. Kinderen gingen voor twee tot drie weken naar de Villa Crocodile in Middelkerke. De Cercle des Colonies Scolaires de Bruges ontving daarvoor aanvankelijk geen subsidies van het Katholieke Brugse stadsbestuur, maar slaagde er wel in om in 1901 een eigen villa te openen in Knokke. In de kolonie golden elementaire regels: regelmatig en netjes eten, slapen, wandelen, rusten, leren, spelen, gezondheidsonderricht en lichamelijke opvoeding.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog steeg het aantal tbc-slachtoffers. Er was dus nood aan verblijven in openlucht. Binnen het Nationaal Hulp- en Voedingscomité (NHVC) werd in 1915 een sectie Hulp en Bescherming aan de Werken voor Kinderwelzijn opgericht. Die schakelde alle instellingen in die kolonies konden organiseren – behalve de bestaande kolonies ook kostscholen, sanatoria, ... De wisselwerking tussen overheidsinitiatieven en privéorganisaties zorgde ook na de oorlog voor een expansie van kolonies.

 

 


Overzicht | Inleiding | 1886-1918 | 1919-1944 | 1945-1980 | Kinderhomes | Heist | Duinbergen | Knokke | Het Zoute | Colofon